Vandaar mijn verhaal; uit boosheid en grote frustratie dat Justitie en het Hof hier kennelijk gewoon geen wig in kan of wenst te drijven!
Opgegroeid in een streng katholiek gezin met vijf jongens en twee meisjes waren wij vertrouwd met het geloof. Bidden en bidden, naar de kerk en onder katholieken blijven. Boodschappen doen in een winkel waarvan de eigenaren niet katholiek waren was verboden. Ik was misdienaar en koorknaap en zo heilig als de pest.

Theo, direct vooraan op de eerste rij.
Drie Heerooms die in de Congo, Argentinië en Brazilië de inboorlingen het geloof bij brachten waren mijn voorbeeld. Uit overtuiging wilde ik naar het seminarie, ook later in een witte pij de rimboe in. Wist ik veel. Seksuele voorlichting was ons volkomen vreemd en zo groen als gras ging ik in 1957 naar het seminarie. Naar de congregatie van de Paters van het Heilig Hart van Jezus in Helmond op het Juvenaat Christus Koning.

Hier kwam ik in een volkomen van de buitenwereld afgesloten bolwerk van paters en broeders en verder onwetende en onschuldige jongelingen die zich voorbereiden op het priesterschap.
Een studie van twaalfjaar en nu eerst op het kleinseminarie van 6 jaar. Dat begon natuurlijk met heel veel heimwee want ik was nu voor lange tijd van huis en voor een moederskindje was dat heel zwaar.
Een strakke dagindeling begon al ’s morgens vroeg om half zeven, snel wassen en naar de kapel. Ontbijten, studie, kapel, studie, lunch, kapel, even naar buiten, studie, kapel, ontspanning, studie, kapel en ’s avonds weer vroeg naar bed.
Groepsfoto Helmond:

Groepsfoto 1957 incl. pater peters en de prefect. 10e van links onderaan ben ik zelf.
Het Latijn en Grieks was ook direct al een flinke kluif maar ja dat hoorde er allemaal bij. Al vrij snel kreeg ik te maken met de pater Prefect die kennelijk zijn oog op mij had laten vallen. Mijn drie Heerooms waren van dezelfde congregatie en dat wist pater Prefect waardoor er al een band was ontstaan. Hij riep mij dan bij zich en sprak mij gemoedelijk toe over mijn heimwee en hoe ik daarmee om kon gaan. Zodra je bij hem binnen was ging er een rood lampje branden boven zijn deur en de juiste betekenis daarvan werd mij later pas duidelijk. Hij wist zich dan ongestoord en hij vroeg mij dan naast hem te komen staan achter zijn bureau. Met zijn hand in mijn broek zag ik wel de heftige bewegingen onder zijn pij zonder ook maar te weten wat zich nu allemaal afspeelde. Ik was heftig verward en geschrokken van zijn handtastelijkheden en vroeg mij in opperste verbazing af wat ik hiermee aan moest.
Het overkwam me, tegen spreken deed je niet en er over praten al evenmin. Niet veel later wist een andere pater mij te vertellen dat mijn zangkwaliteiten zouden verbeteren als ik ademhalingsoefeningen zou doen. Daar had ik wel oren naar en deze pater heeft mij die kunst eigen gemaakt waarbij hij zelf geheel aan zijn gerief kwam. Na een aantal lessen wist hij mij met zijn handen dusdanig te manipuleren dat ik, met de broek op mijn enkels, door hem anaal werd gepenetreerd zonder dat ik goed en wel in de gaten had wat mij overkwam. Dat alles bracht mij in grote verwarring waardoor ik mij afsloot en in een isolement terecht kwam.
In de tuin van het seminarie stond een nagebouwde Lourdes grot waar ik, in alle stilte, naar toe ging.

Daar bij het beeld van de heilige Maria hoopte ik op enige hulp of troost in een situatie waarin ik ontzettend eenzaam en hulpeloos ronddoolde.
Na bijna drie jaar wilde ik hier niet mee verder en was door alle handtastelijkheden en verkrachtingen volledig van slag.
Achteraf bezien ongelooflijk dat ik hierover nimmer heb gesproken met mijn mede seminaristen waarmee ik toch ook best goede banden heb gehad.

Ook op diverse uitstapjes en bijeenkomsten waren we gezellig samen en zou zo’n intiem gesprek wellicht op zijn plaats zijn geweest.
Wel had ik de euvele moed om tijdens een vakantie thuis te zeggen dat ik niet meer terug wilde naar het seminarie. Achteraf bezien misschien wel de krachtigste daad die ik mij op jeugdige leeftijd durfde te veroorloven.
De hel brak los maar kennelijk besefte ik ook dat ik met mijn verhaal niet bij mijn ouders hoefde aan te kloppen want wie zou mijn verhaal geloven. Dus besloot ik mijn mond te houden en heb dat ook vol gehouden zelfs tot na de dood van mijn ouders. Dat heeft wel betekend dat ik altijd met een groot en dubbel schuldgevoel heb rond gelopen en nooit een goed gesprek met mijn ouders meer heb gehad want dat grote geheim stond altijd tussen ons in. Mijn stilzwijgen heeft geduurd tot ruim 50 jaar na het seminarie toen de eerste berichten over seksueel misbruik in de RK Kerk werden gepubliceerd. Toen ook besloot ik naar buiten te treden met mijn verhaal want alle opgekropte frustraties en woede moest ik wel een keer kwijt. Door alle aanhoudende publicaties over het seksueel misbruik werd er door de RK Kerk actie ondernomen in de vorm van Stichting Hulp&Recht dat uitmondde in de rapporten Deetman.

Deze hele exercitie heeft uiteindelijk volkomen onder regie gestaan van de RK Kerk.



Dat was mij toen der tijd nog helemaal niet duidelijk en was eigenlijk wel blij dat er eindelijk eens actie werd ondernomen. Achteraf werd mij volstrekt helder dat dit allemaal geheel geregisseerd was om alles naar eigen Rooms Katholieke-hand te kunnen zetten.


Ik kreeg een advocaat toegewezen waar ik het nog heb gewaagd te vragen of zij hier onafhankelijk in stonden. Dat zij door de kerk werden betaald wist ik niet.
Mijn hele levensverhaal weer op te rakelen werd best een heel emotioneel proces. Mijn opvoeding, keus naar het seminarie te gaan, mijn ervaringen daar, het stilzwijgen daarna en mijn moeilijke positie jegens mijn ouders, verdere studie en loopbaan, de latere publicaties over het seksuele misbruik en mijn uiteindelijke stap om naar buiten te treden, de aanklacht en latere proces tegen de RK Kerk. Een buitengewoon ingrijpend en emotioneel proces.